Hemelvaart Hemelvaart is een Christelijke feestdag. Op Hemelvaartsdag wordt herdacht dat Jezus terugkeert naar de Vader in de hemel.
Op de veertigste dag na Pasen vieren Christenen de hemelvaart ('Ascensionis Domini') van Jezus Christus. Het is de veertigste dag na zijn opstanding uit het graf en tien dagen voor Pinksteren (nederdaling van de Heilige Geest).
Omdat eerste Pasen altijd op een zondag valt betekent dit dat Hemelvaartsdag altijd op een donderdag valt. Omdat Pasen ieder jaar op een andere datum valt betekent dat automatisch dat Hemelvaart ook ieder jaar op een andere datum valt.
Met Pasen is Jezus Christus, de Zoon van God, verrezen uit de doden. Hij leeft, is niet meer dood. Vervolgens verschijnt Hij vaak aan zijn leerlingen. Zijn leerlingen herkennen Hem aan het "breken van het brood" (de Eucharistie) en door wat Hij de leerlingen vertelt.
Zoals er veertig dagen zitten tussen Aswoensdag en Pasen, zo zitten er ook veertig dagen tussen Jezus' herrijzenis met Pasen en Hemelvaartsdag, het moment dat Jezus definitief naar Zijn Vader in de Hemel gaat en toen hij zich volgens de bijbel voor het laatst aan zijn volgelingen toonde. "Terwijl de leerlingen naar boven kijken wordt Hij aan hun zicht onttrokken door een wolk", zo staat in het Evangelie. In religieuze kringen wordt dit meestal alleen met een kerkdienst gevierd.
Volgens het Evangelie is 'De hemel', het bij God zijn, het uiteindelijke doel ook van ons leven. Niet in deze 'aardse' tijd, maar na onze dood. Jezus, door de dood heengegaan, heeft een plekje bij God de Vader voor ons bereid. Wij zijn uitgenodigd om daar te komen.
Nu Hij (Jezus) naar de hemel is gegaan heeft Hij voor dit aardse leven de leerlingen destijds, en daarmee ook ons, een Trooster en Helper gegeven. De Heilige Geest, uitgegaan van de Vader en de Zoon, wordt met Pinksteren, de 50ste dag na Pasen, gegeven aan hen die in God geloven en Jezus willen volgen.
Tot de vierde eeuw na Christus was Hemelvaart geen apart feest. De herdenking van de hemelvaart van Christus naar zijn vader in de hemel was slechts een van de onderdelen van het Pinksterfeest. Hemelvaart werd gevierd op de vijftigste dag na Pasen.
In de vijfde eeuw werd Hemelvaartsdag een apart feest. In de middeleeuwen ontwikkelde het feest zich tot het afsluitende feest van de paasperiode. Dit werd gesymboliseerd in het doven van de paaskaars op Hemelvaartsdag.
Pasen (Jezus' verrijzenis), Hemelvaart (Jezus' verheffing aan Gods rechterhand) en Pinksteren (nederdaling van de Heilige Geest) vormen een fundamentele eenheid. Verrijzenis, hemelvaart en zending van de Geest drukken een en hetzelfde heilsgebeuren uit.
Dauwtrappen
Op Hemelvaartsdag gaan nog steeds veel mensen er vroeg op uit om dauw te trappen. Ze maken dan een wandeling of gaan een eindje fietsen. Dit voert terug op een gebruik uit een ver verleden. Mensen stonden toen op Hemelvaartsdag om drie uur 's nachts op, wandelden met hun blote voeten door het gras, dansten en zongen. Van dit ritueel zou een magische en genezende werking uitgaan. In sommige streken wordt de activiteit ook wel 'hemelvaren' genoemd. Dit zou volgens het volksgeloof magische krachten geven. Onder andere zou het ouderdom bestrijden en huidaandoeningen genezen. Zo zou het een prima middel tegen zomersproeten zijn.
Dauwtrappen wordt ook wel in verband gebracht met de processie die vroeger op Hemelvaartsmorgen plaatsvond. Deze herinnerde aan de tocht van Jezus naar de Olijfberg. In de negentiende eeuw trokken Amsterdammers in alle vroegte de stad uit om buiten te bivakkeren onder het genot van koek, rozijnen, krakelingen, vijgen en een 'cruycxken goed nats'. Er werd gedanst en gezongen. Het was wel de bedoeling om negen uur weer in de stad terug te zijn om de mis bij te wonen.
Pas later werd het de gewoonte om het als een plechtige ontmoeting met de natuur te zien en daarbij vooral to zwijgen. Iets wat nu ook weer 'uit de mode' begint te raken.
Dauwtrappen is tegenwoordig nog in verschillende varianten bekend, maar slechts weinigen lopen nog met blote voeten door het gras.
Er worden op verschillende plaatsen in het land natuurexcursies, fietstoertochten en wandelingen met dauwtrapontbijt georganiseerd. In Amsterdam is het nog lang traditie geweest om een vroege ochtendwandeling te maken en in Rotterdam moesten langslapers vroeger trakteren op zogenaamde hemelvaartsbollen, wat veel weg heeft van het Luilak-gebruik.
Verheffing of ronddragen van het kruisbeeld
In de middeleeuwen werd in sommige streken onder het lezen van het evangelie een kruisbeeld met een touw naar een opening in het kerkgewelf opgetrokken, een poging om Christus' hemelvaart zo aanschouwelijk mogelijk te maken. Men lette daarbij op de kant die de gekruisigde Christus uitkeek vooraleer hij in het gewelf verdween, want vandaar zouden de onweren komen. Vanuit het gewelf wierp men heiligenprentjes, appels en bloemstukjes naar beneden. Daar konden de kinderen ze proberen te bemachtigen, waarbij het vaak gebeurde dat ze van boven nog een geut water over zich heen kregen. Elders wierp men oblieën (ongeconsacreerde hosties) naar beneden, waarmee men visueel wilde aanduiden dat Christus na zijn hemelvaart nog in een eucharistische gedaante te midden van de gelovigen aanwezig blijft.
Op andere plaatsen zette men het Christusbeeld op een draagberrie met vier armen. Onder het zingen van het Ascendo at Patrem ('Ik stijg op naar mijn en uw Vader') en bewieroking werd het tot driemaal opgeheven. Vervolgens droeg men het beeld door de kerk rond. Daarna zette men het in de sacristie, buiten het gezichtsveld van de gelovigen. Daarbij fungeerde de none - het negende uur, een van de toenmalige gebedsuren - van Hemelvaartsdag in de late middeleeuwen als aanvang van allerlei gedramatiseerde voorstellingen van wat op het feest werd herdacht. Op bepaalde plaatsen vonden er rondritten en brooduitdelingen voor de armen plaats. Wat later ontstonden er onder invloed van alcoholische feesten carnavalachtige toestanden.
Het doven van de paaskaars
Op Hemelvaartsdag doofde men vroeger de paaskaars, nadat men het evangelie gelezen had. Tijdens Pinksteren stak men de kaars opnieuw aan bij de wijding van de doopvont. Het doven van de paaskaars met Hemelvaart was een middeleeuwse manier om aan te geven dat Christus naar zijn Vader was teruggekeerd. Maar dit impliceerde meteen dat Christus blijkbaar niet meer aanwezig was in de geloofsgemeenschap. Tegenwoordig benadrukt de kerkelijke leer zowel Jezus' terugkeer als zijn voortdurende, blijvende aanwezigheid binnen de geloofsgemeenschap. Daarom dooft men de paaskaars niet meer op Hemelvaartsdag. Zij blijft continu branden, althans tijdens de vieringen, gedurende de vijftigdagentijd.
De kruisdagen
De drie dagen vóór Hemelvaart werden door de kerk in de 6de eeuw uitgeroepen als openbare bededagen om Gods zegen over de velden af te smeken. Vandaar dat men sprak van rogationes. Processiegewijs trok men door de akkers met het H. Sacrament en het H. Kruis voorop. Iedere dag werd er een ander traject gevolgd. Vooral in overwegend plattelandsgebieden zijn deze bidprocessies geliefd gebleven. Richtten de verre vooouders zich tot hun (natuur)goden wanneer het gezaaide door vele kwalen bedreigd weid, dan keerde de plattelandsbevolklng zich op haar beurt tot God. Want men geloofde dat de Heei bij zijn hemelvaart alle beden en wensen van zijn volk meegenomen had om ze aan zijn Vader voor te leggen. Waar de processie van de kruisdagen nog plaatsvindt, viert men meestal ook de eucharistie.
Bedevaarten, processies en kermissen
Op Hemelvaartsdag zijn er ook veel bedevaarten. Verschillende van deze bedevaarten hebben het karakter van smeekprocessies en hun oorsprong zou te vinden zijn in processies die in de 15de eeuw in Frankrijk gehouden werden voor het bezweren van zware epidemieën.
In België trekken rond Hemelvaartsdag nog steeds op tal van plaatsen processies rond. Zoals de Brugse Heilig-Bloedprocessie, waarvan de oorsprong reeds teruggaat tot de 13de eeuw, en waarbij men onder meer herdenkt hoe Diederik van den Elzas, graaf van Vlaanderen, na de tweede mislukte kruistocht de relikwie van het Heilig Bloed in 1150 mee naar Brugge bracht. Of de Hanswijkprocessie te Mechelen, eveneens eeuwenoud, die in 1272 zou zijn ontstaan ingevolge een plechtige belofte van de Mechelse bevolking, die door Maria's voorspraak bevrijd werd van onlusten en pest.
Voorts verdient de Potjérkruiwagenkoers te Ramsel zeker vermelding. Tijdens het weekend van Hemelvaart wordt het harde labeur van de Ramselse potjéredabbers of kleiputters, die destijds met de kruiwagen potaarde en bakstenen voor de steenbakkerijen sjouwden, in herinnering gebracht. Na een défilé rond de kerk met hun kruiwagen vol bakstenen en ander gereedschap, volgt er een uitputtende veldloop over veld en weide, door modder en zand. Onderweg moeten nog tal van proeven afgelegd worden, zoals eieren gooien, aardappelen schillen...
Voor de Saksen in Braller, een dorpje in Transsylvanië, betekent Hemelvaartsdag het houden van het ritueel van het wegdragen van de dood. Na de ochtendmis begeven de schoolmeisjes zich naar het huis van één van hen en vervaardigen daar de doodpop. Deze pop wordt in het geopende venster gezet, zodat alle mensen hem op weg naar de kerk kunnen zien. Daarna volgt er een feestmaal, waarvan de jongens uitgesloten zijn.
In Estland heeft Hemelvaartsdag een negatieve bijklank. Het is er een van de drie dagen van het kruis. De mensen in de omgeving van Fellin durven op die dag de deur niet uit te gaan uit angst dat de gure wind uit Lapland hen de dood op het lijf zal jagen.
Het zegenen van bonen
De zegening van nieuwe bonen heeft als zodanig niets met Hemelvaart te maken. Naar alle waarschijnlijkheid is voor het zegenen van dit zuidelijke volksvoedsel de dag van Hemelvaart uitgekozen als feestelijk tijdstip, omdat het samenviel met de eerste bonenoogst. De vermelding van de bonenwijding in het boek Liber pontificalis van paus Eutychianus (275-283) duidt er immers op dat de bonen destijds het belangrijkste voedsel waren voor het Italiaanse volk. Toch is het best mogelijk dat er een verband gelegd kan worden met de kruisdagen. In sommige landen golden deze kruisdagen immers als een soort feest van de eerstelingen. De zegening van de eerste vruchten, met name de bonen, zouden geleidelijk overgegaan zijn in de kruisdagen.
Verder vinden er op sommige plaatsen nog andere bijzondere gebruiken plaats, zoals het vieren van het middaguur, waarop volgens de apocriefen de hemelvaart van Jezus plaatsvond. Dit middeleeuwse fenomeen leeft hier en daar nog voort in enkele kloosters.
